Een Hollander in de Kempen

MultipopOm eens te antwoorden op enkele vragen die door bezoekers van dit weblog gesteld werden, wil ik graag vijf minuten de tijd nemen. Waar zit Jeroen Straeter? is de vraag die een paar keer werd gelanceerd.

Welnu, waar Jeroen op dit ogenblik zit, ik zou het niet weten. Hopelijk gezond en wel in zijn bed, het is al laat. Voor zover ik weet, staat dat bed nog steeds in Antwerpen, waar Jeroen zijn medewerking verleent aan het multikleuren-project Multipop. Nu wil het toeval dat ik zelf nog bijna een jaar heb meegewerkt aan die radio. Shit, als ik het zo eens bekijk, heb ik aan flink wat radio’s meegewerkt in de voorbije decennia. Multipop was in elk geval de enige radio waar ik nooit mijn stem heb laten horen in de ether, ik was er enkel als administratieve kracht en zo. Jeroen had mij in het najaar van 2000 weggehaald bij Family Radio in Brussel en dat kwam goed uit, ik was het daar inmiddels redelijk kotsbeu. Sommige mensen begrepen niet waarom ik een goedbetaalde job bij een nationaal station inruilde voor een kantoorjob bij een lokale radio voor minderheden in Antwerpen. Ik zei het al, ik was het hypocriete gedoe in Brussel beu en werken met Jeroen was eigenlijk wel een verademing.

Wat deed ik bij Multipop? Tja, ik was o.m. de persoonlijke agenda annex secretaris annex praatpaal van Jeroen, en for the time being deed ik dat wel graag, ook al omdat de mensen die daar rondliepen veel beter meevielen dan de meesten in de Oorlogskruisenlaan. Dave bijvoorbeeld, hoe zou het daar mee zijn? Hij was zo’n beetje de allesregelaar bij het station, en we kwamen goed overeen. En de vriendin van Jeroen, Dagmar. Ondanks het feit dat ze fotomodel en zangeres en zo was, vond ik haar wel een lieve.
Oh ja, ik werd ook ingezet als eenmansredactie voor Kris Borgraeve die bij Multipop de interviews en reportages deed.

Mijn Multipop-tijd was ook geen lang leven beschoren en in juni 2001 kreeg ik te horen van Jeroen dat ik mocht beschikken omdat ik te duur was. Tja, voor niets deed ik het natuurlijk niet, ik werkte toen nog niet bij het fijne kabelbedrijf en er moest af en toe een boterham in huis komen.
Voor zover ik weet, bestaat Multipop nog en werkt Jeroen er nog altijd aan mee. De website van het station is in aanmaak, zoals ze ook al in aanmaak was toen ik er nog zat.

Laat er geen misverstand over bestaan: Jeroen is een toffe gast, met hele goeie ideeën over radio en hij is ook een uitstekende verkoper met een vlotte babbel. Zo eentje die ijs aan de eskimo’s zou kunnen verlappen.

Voor de mensen die mij vroegen waar Jeroen tegenwoordig uithangt: adres, telefoon, fax en e-mailadres staan op die site. Doe hem vooral de groeten van mij.

(op mijn to do-lijstje: vertellen over mijn tijd bij Impakt Reklame in Turnhout, het produktiebedrijf van Jeroen en over Uniek FM, ook al van hem)

(Geplaatst op: 13 februari 2005)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

De man met de pots

Ik zoek iemand om mijn verbazing te schetsen. Gisteravond lag ik na het één-journaal klaar om te kijken naar wat zich in de wonderlijke wereld van Kaat en co zou gaan afspelen deze keer. En wat doet een mens als het nieuws afgelopen is en hij ligt klaar voor een programma dat nog niet begint? Inderdaad: blijven liggen tijdens het tussenliggende programma, ook al heet dat programma Man Bijt Hond. Zo worden, door een uitgekiende programmatie, de kijkcijfers van sommige programma’s kunstmatig de hoogte ingejaagd.
(Tussen haakjes even zeggen dat ik deze week ontdekte dat Aimé Van Hecke, grote één-baas, een Hammenaar is, verdorie).

Wie schetst dus mijn verbazing toen ik tijdens dat bewuste programma het toch wel zeer onweerstaanbare item De Kortste Kwis Ter Wereld tegenkwam, waarin een aantal medemensen op potsierlijke wijze rond bijna evenveel stoelen huppelen en na het stoppen van de muziek proberen een zitplaats te veroveren, waarbij op dramatische manier blijkt dat er één stoel tekort is. De ongelukkige die blijft staan, mag dan kwismaster spelen en enkele vragen stellen. Ik geloof dat ik er niet ver naast zit als ik zeg dat dit een geniaal concept is, want je doet hoe dan ook mee als kijker. Allez jong! Meutten! Droes! Loet! Het kleinste kind kent dat antwoord toch? Ken je dat soort kreten?

Enfin, graag een vrijwilliger om mijn verbazing te schetsen toen ik plots een bekende gestalte zag meedansen. Een vertrouwd gezicht blikte de huiskamer in. Het is de Frans, begot! riep ik uit. En ’t was de Frans ook. Met zijn potske op dat hij ook droeg toen hij een paar maanden geleden te gast was in Zondag Zondag. Frans Babbelaar op TV, tjonge wie had dat verwacht. Even later mocht hij nog kwismaster spelen ook. En vanavond mag hij, omdat hij die taak tot een goed einde bracht, terugkomen als kwisser.

Je weet waar je me kan vinden straks, zo rond 20 uur. In de zetel, languit en vol van benieuwdheid of de Frans het zal halen.

(Geplaatst op: 9 februari 2005)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

In de stille kempen

Ik heb zowaar een mailtje gekregen van Benny Baeten. Die uit de Kempen, jawel. Niet de originele die naar Spanje vertrokken is en mij een half jaar geleden of zo ook al mailde, maar de gekloonde naamgenoot die deel uitmaakte van mijn Kempense periode. Uniek FM in de Victoriestraat in Turnhout, weet je wel. Mijn Straeter-tijd noem ik die periode wel eens schertsend. Mijn God, waar is de tijd.

[whohit]-Kempen-[/whohit]
Zalige periode, daar niet van. Marc en ik hebben daar enkele fijne zomers doorgebracht. De winters waren minder aangenaam, maar ook die gingen voorbij. Sinds de Maeva-tijd heb ik een flink aantal radiobazen versleten en ben ik zelf ook een flits in de eeuwigheid radiobaas geweest, maar een radiobaas als Jeroen Straeter maken ze niet meer tegenwoordig. Ik ben redelijk veel kwaad geweest op die gast (ik niet alleen trouwens) maar hij slaagde er toch telkens weer in om dat kwaad bloed te laten bedaren. Charisma, heet dat. Een soort Valain-gehalte was hem niet vreemd.

Shit, ik herinner mij nog die keer dat Chris Van Opstal al een tijdje geen geld had gekregen voor zijn programma’s en dat hij dat uiteindelijk zobeu was dat hij in de studio de non-stop had opgezet tot Jeroen verbaasd kwam vragen waarom er niet gepresenteerd werd. Waarop Chris de gevleugelde uitspraak deed: “Geen flappen, nie klappen!”
Hij kreeg uiteraard tenslotte zijn geld zoals iedereen dat uiteindelijk wel kreeg.

Of die keer dat Marc Hermans programma aan ’t doen was in het uitstalraam in de Victoriestraat, met uitzicht op de voorbijfietsende Turnhoutse jeugd, de zon in het gezicht tijdens alweer een Kempense zomer in het begin van de jaren 90. ’s Middags ging Jeroen meestal eten in Het Wapen Van Turnhout, onze stamtaverne eigenlijk. En Jeroen had een hekel aan alleen eten, dus die middag ging hij Marc uit de studio halen, midden in het programma. “Ja maar, ik ben programma aan het doen,” sputterde Marc heel terecht tegen. En Jeroen, tenslotte toch de baas van Uniek FM, zei alleen maar: “Nou, dan zet je toch gewoon de automaat op joh”.

Enfin, over Jeroen Straeter zijn hele weblogs vol te schrijven, en wellicht doe ik dat nog eens als ik eens een maandje niets schrijf op mijn eigen weblog, haha. Nee serieus, ’t was een zeer aangename tijd, onze Kempense periode. En Benny Baeten maakte daar dus heel opvallend deel van uit. Deze jonge, blonde god was een toffe gast waar ik heel goed mee kon opschieten. Hij had zo goed als altijd een hele trits jonge Kempense meiden achter zijn gat, maar tegenwoordig (zo laat hij mij weten) is hij heel gelukkig gezinshoofd en zijn de vrouwen verleden tijd, behalve de zijne. Hij heeft ook totaal geen voeling meer met het radiowereldje, en toen ik dat las, voelde ik begot heel even een steekje jaloezie.

Ja, er is nog wel meer in het leven dan alleen maar radio. Daarom dat het ook zo makkelijk gaat (denk ik), een maand niks schrijven in dit weblog. Natuurlijk heeft de wereld niet stil gestaan. Op sommige plaatsen heeft hij zelfs gebeefd dat het niet mooi meer was. In mijn eigen privé-bestaan is één van de wensen uit mijn lotto-droom uitgekomen: ik loop sinds nieuwjaar rond met een iPod die 20 gig aan muziek bevat. Ik heb er meteen een iTrip bij gekocht, zo’n FM-zendertje waardoor je naar je eigen favoriete muziek kan luisteren op de autoradio.

Verder kan ik u melden dat Zondag Zondag nog altijd bestaat, dat ik nog steeds mijn dagelijkse radiobijdrage lever aan Radio Forest en het Westvlaamse Extra Gold, datMaevaFM uiteindelijk de wapens heeft neergelegd, dat de Lukken het verre van gemakkelijk heeft, dat Koen Godderis op zodanig opvallende wijze van de nieuwsgroepen verdwenen is dat iedereen het erover begint te hebben en dat ik na een maandje toch weer lichte trillingen in mijn vingers voelde die mij aangaven dat het tijd werd om me opnieuw op het webloggen te storten.

En Marc en ik zitten nog steeds dagelijks op anderhalve meter van elkaar in de gebouwen van het fijne kabelbedrijf, waar we ons proberen te handhaven in de wereld vantargets en commerciële argumenten waarmee we de concurrentie dienen te overtroeven. We zijn zelfs allebei al lid geweest van het Gouden Team. In de praktijk betekent dit dat je dan in het aanschijn van de hele afdeling letterlijk gekroond wordt met een gouden kroontje op je kop en een blinkend jasje aan je lijf. Lachen geblazen, jawel. Ik denk dat we allebei al iets te veel jaren achter de rug en iets te veel kerven in onze ziel hebben om daar nog veel plezier aan te beleven zodat het wel eens omgekeerd zou kunnen werken. Alleen zoeken we nog een manier om dat voorzichtig duidelijk te maken aan de mensen die het voor het zeggen hebben.

Ik denk dat ik zometeen mijn bed induik, want morgen is het vroeg dag. Maar wees niet bevreesd, ik ben terug, en mijn vingers tintelen weer.

(Geplaatst op: 3 februari 2005)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Miljoenen en wat er mee te doen.

En zo is het altijd iets. Ik was ècht van plan om nog eens iets te schrijven en ik had daarvoor tijd uitgetrokken na Koppen. Dat was buiten De Laatste Show gerekend. Meestal kan je tijdens dat programma nog wel andere dingen doen maar vanavond bleek de hele show zich in het Mechelse dialect af te spelen. Yves Desmet, Gunther Neefs (die tot mijn verbazing nen toffen blijkt te zijn) en Mark zelf spraken alleen maar Mechels en dat deed mij het volledige programma geamuseerd toekijken zonder dat ik één letter op mijn Travelmate schreef. Van mij mag de Mark elke week zo’n show in het dialect doen.

Maar wat ik dus eigenlijk wilde schrijven:
Ik speel de hele maand december nog eens op de lotto, samen met Marc en met Petra, een collega van de klantendienst die we bij ons vertrek naar de andere dienst met een beetje pijn in het hart hebben achtergelaten. Tot nu toe nog geen prijs gehad, maar we hebben nog een paar kansen volgende week.

Eén van de aangenamere kanten van het lottospelen is het hoge what if-gehalte. Wat zou ik allemaal doen als ik de grote pot won? In mijn gedachten spreek ik dan wel over een decadent grote pot, eentje van ettelijke miljoenen euros dus.

Ik zou dan bijvoorbeeld natuurlijk mijn onverwachte luxe delen met enkele van mijn naasten, waaronder mijn ma en mijn zus, mijn schoonzus,  en mijn ex. De Marc zou ik niets moeten geven, want die speelt samen met mij en zou dus ook samen met mij supermiljonair worden.

Bijvoorbeeld ook zou ik Forest kopen of op zijn minst een donatie doen zodat die mannen met een gerust hart de toekomst tegemoet zouden kunnen gaan.

En ik zou mij een iPod kopen, liefst eentje van de 4de generatie. Zodat ik eindelijk weer eens wat van muziek zou kunnen genieten, want dat schiet er iets teveel bij in de laatste jaren.

Ik zou mij een zendvergunning kopen in de Kempen (in de omgeving van Geel ofzo) en de concurrentie daar een poepje laten ruiken en ze betaald zetten voor wat ze ons in de vorige eeuw gelapt hebben.

Bijna zeker zou ik de rechtmatige eigenaar van de naam Maeva enige miljoenen in de handen stoppen en hem zeggen: “Rudy, beloof mij dat ge die naam nooit of nooit meer gebruikt of laat gebruiken voor iets wat naar radio ruikt!

Oh ja, hoe kon ik het vergeten: ik zou stoppen met werken op het fijne kabelbedrijf. Ik zou stoppen met wèrken. Werken is synoniem met iets doen waarvoor je betaald wordt en wat je niet zou doen zonder dat je ervoor betaald wordt. Een mens is daar niet voor gemaakt. Pas op, ’t zijn best fijne mensen daar op het bedrijf, en ik zou ze wel allemaal eens ruim trakteren en zo, maar stoppen met werken zou ik doen, oh ja. Geen files meer voor deze miljonair.

En ik zou twee radio’s beginnen. Een kleintje in Waasmunster, waarvan ik de zender zou aansluiten op mijn iPod zodat ik overal in dit leuke dorp mijn eigen muziek zou kunnen horen. En een grote die tot aan de landsgrenzen te ontvangen zou zijn. En ik zou pakweg Jeroen Gorus een riant voorstel doen en hem carte blanche geven om zijn ochtendshow te doen (zolang het maar op zijn Circus Gorus zou lijken). Ik heb de Jerre al een paar keer gehoord op Donna en echt sensationeel is het niet meer.

Heel waarschijnlijk zou ik ook politici omkopen om een aantal dingen te laten verbieden die het leven zonder lottomiljoenen op dit ogenblik minder fijn maken. Kerstmarkten met duizenden mensen op de Groenplaats. Loslopende honden op de dijk in Hamme. Sportwinkels in Kortemark. Comment spam op weblogs. Véronique De Kock. Van die plastieken Kerstmannen die overal aan de huizen hangen tegenwoordig. Poedels met een frakske. Zatte mensen die hun naasten verdriet bezorgen. Enfin, dat soort dingen dus, ik noem maar wat.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat ik gewoon zou doen wat ik als kleine jongen al bedacht toen ik fantaseerde over winnen met de lotto. Ik zou dan namelijk mijn hele gewonnen fortuin uitgeven aan nieuwe lotto-biljetten. Een echte gokker schuilt diep in mijn hart. Maar wel een lepe. In mijn fantasie help ik wel eens een oud, strompelend vrouwtje de straat over, waarna ze mij beloont met ge moogt één wens doen want ze blijkt een goede fee te zijn. En al zolang ik het me herinner, antwoord ik in die fantasie dan elke keer: “Madame, ik wens dat ik oneindig veel wensen mag doen”.

Ongebreidelde wensen zijn natuurlijk een stuk beter dan ongebreidelde miljoenen. Want met miljoenen maak je niemand ècht gelukkig zonder meer, herstel je geen gebroken relaties, maak je geen doden weer levend (in een andere fantasie krijg ik soms een telefoontje van een vertrouwde stem die zegt maar onnozelaar toch, het was maar om te lachen) en draai je de tijd niet terug. Dat zijn dingen die je enkel met wensen kan.

Of ik met die grote miljoenenpot in mijn kluis zelf nog radio zou doen? Waarschijnlijk wel. Een mens met miljoenen moet toch ook iets doen in het leven, en dan kan je beter iets doen wat je graag doet. En aangezien Marc even rijk zou zijn als ik, is de kans niet uitgesloten dat we Zondag Zondag zouden doen voor een groter publiek. We zouden verder ongetwijfeld weer samen een radio beheren. We hebben dat ooit al gedaan in Herentals, en naar die tijd heb ik toch wel vaker wèl dan niet heimwee. Wààr die radio zou zitten, speelt niet echt een rol in mijn miljoenenfantasie. Met een helicopter ben je snel ter plekke tegenwoordig.

Ik moet stoppen en gaan slapen. ’t Is net 24 december geworden en over minder dan zes uur kom ik mijn bed uit voor de laatste werkdag van deze week. En ik heb de indruk dat het nog een speciale dag is ook. Overal lichtjes en van die bomen met ballen in, dat moet toch iets betekenen? Wat je ook van plan bent, maak je niet te druk. Ook lichtjes en bomen met ballen gaan voorbij.

(Geplaatst op: 24 december 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Ik heb geen zin om op te staan

ArabellaZo met de vroege staan, da’s ook maar niks.
Bed uit om zes uur en een halfuurtje later de auto in, deel gaan uitmaken van de miljoenen mobiele medeburgers.
Ja, ik weet het, gij daar op de laatste rij. Ik ben niet de enige. Uiteraard niet, er zijn nog miljoenen andere van die zotten die elke dag zo vroeg gaan werken.

Het probleem is: altijd al een nachtmens geweest, ikke. Moeilijk het bed in, moeilijk het bed uit. Zelfs in mijn wonderjaren bij radio Maeva had ik dat probleem al. Ik kon toen in principe wel recht uit bed de studio in zwijmelen en Wekkerwacht beginnen zonder in de file te staan, maar dat vroege opstaan lag ook in die oertijd niet in mijn natuur.

In deze computergestuurde tijden loopt alles volautomatisch – een station dat door afwezigheid van een presentator uit de lucht gaat, is een rariteit geworden – maar ooit was het anders. Ik herinner me zo’n ochtend bij Maeva die redelijk spectaculair verliep, om het zacht uit te drukken. Ron van de Plas was een paar dagen met vakantie, ik was dus helemaal alleen in het appartementje in Ukkel en zoals gewoonlijk was ik weer eens tot een kot in de nacht blijven plakken bij Ronny Van Gelder. Tiens, die twee namen in één zin, ze zullen er wellicht niet mee kunnen lachen. Ron is overigens afgelopen zondag nog te gast geweest tijdens Zondag Zondag maar ik zal het daar later over hebben, anders dwaal ik af.

Waar was ik? Oh ja, helemaal alleen in Ukkel. Helemaal vertrouwend op mijn wekkerradio die op een goeie vijf centimeter van mijn oren stond. Het was echt in de vroegste periode toen we nog geen telefoon hadden gekregen van papa Valain. GSM’s moesten ook nog worden uitgevonden. Mijn wekkerradio begon elke ochtend om 05.30 een hels lawaai te maken. Normaal werd ik daar gewoon netjes wakker van (en als dat niet het geval was, stond Ron wel naast mijn bed, oh ja) en rond 05.35 zat ik dan in de living een sigaretje te roken met de radio zachtjes op het programma van Wout Wolkema. Ik weet nog dat ik om 05.38 meestal naar de ledjes van de wekkerradio keek en dan altijd aan Veronica moest denken. Den Hofman zal het graag lezen. En om 06.00 zat ik dan met dampende koffie in de studio om Maeva tijd de juiste tijd altijd te draaien en de prachtplaat te starten.

Niets van dat alles gebeurde die ochtend. Bibi bleef gewoon doorslapen, het helse lawaai van de wekkerradio drong niet tot mijn brein door en Ron was er niet om me wakker te brullen. En zo geschiedde het, waarde lezer, dat het programma van Woutje gevolgd werd door stilte en Maeva om zes uur enkel een draaggolf vertoonde. Gelukkig hadden de mannen van de raad van beheer van de vzw Maeva een schitterend noodscenario bedacht voor dergelijke calamiteiten. Ze hadden een toerbeurt ontwikkeld waarbij ze – als ze van dienst waren – om zes uur moesten luisteren of Wekkerwacht op tijd begon. Zo niet, dan werd Peter Hoogland uit zijn bed gebeld omdat die in Asse woonde, het dichtst bij de studio. Peter moest dan in zijn witte Capri springen en mij komen wakker maken.

Ik heb nooit geweten waardoor dat fameuze scenario die bewuste ochtend in de war liep maar ik werd wakker door allerlei stemmen die door mekaar aan ’t roepen waren. Hoogland stond naast mijn bed, maar ook Rudy Vanacoleyen was aanwezig en Willy De Geest ook, geloof ik. En om het allemaal nog net iets dramatischer te maken, kwam Valain even later ook al binnenvallen. Ik werd niet echt gestraft, maar het mocht volgens onze grote roerganger niet meer gebeuren. Het was natuurlijk wel zo dat in die tijd redelijk veel luisteraars wakker werden met Wekkerwacht (daar was het programma tenslotte voor bedacht) en als ik geen programma deed, bleef het stil op de radio en bleven ook heel wat Vlaamse wekkerradio’s stil. Mijn excuses mocht u 23 jaar geleden te laat op het werk zijn gekomen.

Enfin, het probleem loste zichzelf op toen we Kabouter Rondbuik leerden kennen. Die woonde een paar straten verder boven zijn bakkerij in Ukkel. Hij gaf mij een walkie-talkie en elke ochtend als ik wakker werd, moest ik hem oproepen. Als hij mij om 5.45 niet hoorde, wist hij dat er iets verkeerd was en kwam hij naar de studio om me alsnog wakker te maken. De arme man heeft dat toch nog een aantal keer moeten doen, tot we uiteindelijk van Valain telefoon kregen in het appartement.

Nu ga ik eerst een Marlboro opsteken en daarna zal ik het over zondag hebben. Ik zou eigenlijk weer eens moeten stoppen met roken, maar met al die regeltjes en wetjes en Marijn Devalck die van het Atomium of zo gaat springen als er 10.000 mensen stoppen met roken, zou een mens nog liever juist het tegenovergestelde doen en vrolijk verder blijven paffen.

(Geplaatst op: 15 december 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

De borsten van Zwarte Piet

Wel ja, ’t is waar: ik moet mijn weblog niet gaan verwaarlozen!
Er schijnt zowaar wetenschappelijk onderzoek te gebeuren over deze manier van je leven delen met de wereldgemeenschap. Het is bewezen dat het merendeel van de beginnende weblogs na heel korte tijd alweer niet meer wordt bijgewerkt. Ik mag zeker niet meedoen aan die trend. Plus niet te vergeten: opgeven staat niet in mijn woordenboek. Het staat er wel in, maar opgeven doe ik maar als ik het zelf ook echt wil.

Noem het dan maar een winterslaap die ik achter de rug heb. Een soort van virtuele coma waaruit ik nu ontwaak. Ik beloof, beste trouwe lezers, dat ik vanaf nu weer op regelmatige basis woorden en zinnen zal bedenken om ze hier op deze plaats vrij te geven.

Om te beginnen al eens vrijgeven wat ik voor mijn verjaardag (ja hij is alweer een paar weken voorbij, te laat om mij te feliciteren!) gekregen heb: een rode trui (eigenlijk eenfleece, geloof ik), een hemd waarvan de mouwen elk een andere kleur hebben en waarin ik mij redelijk schizofreen voel (ik ook!), een sweater voor als het zomer wordt, een boek van Dan Brown (Het Bernini Mysterie, dat andere heb ik al), het tiende seizoen van Friends op DVD (ik heb ze nu allemaal joepie!), de volledige Johan En De Alvermanop DVD en een koptelefoon waarmee ik nu zonder draad in huis kan rondlopen en naar muziek of het geluid van de tv luisteren. Stofzuigen lijkt plots een stuk minder afstotelijker.

Mag ik van de gelegenheid gebruik maken om de miljoenen mensen te bedanken die af en toe ongerust gïnformeerd hebben naar mijn gezondheid? Ze zagen niets meer verschijnen in mijn weblog en concludeerden daaruit dat ik jammerlijk was komen te gaan. Niets is minder waar, ik ben alive and very kicking.

Oh ja op het werk heb ik eergisteren op de schoot van Sinterklaas gezeten. Dat was nu eens iets dat ik niet had zien komen. Mijn gemoed schoot waarlijk vol. En de twee Zwarte Pieten die erbij stonden, hadden volgens mij elk twee borsten.
Het gaat overigens redelijk goed op het fijne kabelbedrijf. Marc en ik raken stilaan gerodeerd en da’s maar goed ook want we werken nu officieel op commissie en een mens moet van iets leven.

En dan ook meteen even antwoorden op twee vragen die werden gesteld als reactie op mijn vorige bijdrage hier. Een zekere nick stelt de vraag of Radio Maeva nog bestaat. Het antwoord daarop is: nee, Radio Maeva bestaat al lang niet meer.
En Zeveraar vraagt waar al die nostalgie voor nodig is. Nergens voor, geachte Zeveraar. Ik ben niet echt een fan van te veel nostalgie en terugkijken, en ik doe het dan ook met mate en met voldoende relativering. Wat voorbij is, is onherroepelijk voorbij, maar er zo somwijlen eens over praten, daar zal niemand dood van gaan.

Vanaf morgen in dit theater: een verse dosis nostalgie als we met een brok in de keel en met natte ogen terugkijken naar het verleden. Kom erbij en neem plaats.

(Geplaatst op: 8 december 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Fijne geluiden uit een ver verleden

Ok, we zitten dus in de periode van het jaar die ik het meeste haat, ook al ben ik zelf in deze periode op de wereld geschopt. De donkere weken voor kerstmis. Koud. Triestig. Deprimerend. Pas op, op het moment van schrijven schijnt de zon wel een beetje, maar ’t is boerenbedrog want zodra je een voet buiten de deur zet, bibber je uit je frak. Overigens, aan de donkere weken na kerstmis heb ik ook een hekel, maar dan zit er tenminste schot in de zaak.

Gelukkig heb ik van de week iets leuks meegenomen van bij Forest. Een heuse Akai 747 taperecorder uit de middeleeuwen, maar nog perfect functionerend. (Tussen haakjes: ook het woord heus staat op mijn lijstje van afschuwelijke woordjes maar soms kan je niet anders dan het gebruiken, heus waar).

In elk geval, op mijn zolder heb ik tussen alle mogelijke rommel nog een band gevonden uit 1979 met daarop de originele jingles van Mi Amigo. Die produktietape smokkelde ik indertijd mee naar de wal toen ik van boord kwam. Er staat bijvoorbeeld nog een opname van het Mi Amigo strijdlied op dat Johan VermeerDaniel BolenWim de Groot en ikzelf tijdens ons verblijf aan boord van de Magdalena inzongen op de melodie van Love Me Tender, dedju. ’t Klinkt van geen kanten, maar het is historisch materiaal. Ik denk niet dat veel mensen dat lied in hun bezit hebben.

Verder heb ik nog een band gevonden uit de Witte Villa met daarop nieuwsuitzendingen, jingles, reclamespots enzo. En eentje uit 1983, toen we vanuit Tervuren uitzonden met die andere Mi Amigo. Ik heb vanmorgen al snel een paar van die dingen overgezet op minidisc en vanmiddag vraag ik aan Joeri bij Forest of hij dat even voor mij wil omzetten naar digitaal Internet-ready geluid. En uiteraard kan je het dan hier vandaag of morgen beluisteren op dit weblog.

Jawel, dit was een heuse teaser. Enige commerciële eigenschappen zijn mij niet vreemd sinds ik op het fijne kabelbedrijf gedeeltelijk op commissie werk.

(Geplaatst op: 21 november 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Niet opnemen, vent. Gewoon negeren.

Mijn broer was even stapelzot van Mi Amigo als ik.
Het jaar was 1976, de hete zomer heerste over de wereld. Het was het jaar waarin Marc Jacobs absoluut de top was voor mij. Ik nam Baken 16 elke dag op en elke avond als ik thuis kwam van de universiteit zat ik met rooie oortjes te luisteren, te genieten en te dromen dat ik ooit op zo’n schip zou kunnen zitten.

Hij had het meer voor de wat strakkere presentatie van Rob Hudson en Johan Visser. De manier waarop zij tempo en drive staken in hun programma’s, bekoorde hem meer dan mij. Maar toch waren we allebei stapelzot van Mi Amigo. We begonnen regelmatig brieven te schrijven naar het station, hij naar Rob en ik naar Marc. We bestookten de gasten aan boord met brieven. Soms schreven we zo’n brief samen, hij en ik. Dan zaten we ’s nachts op, met een oude schrijfmachine en stapels papier. Vaak werd zo’n brief uiteindelijk tien of meer dicht op elkaar getypte vellen papier, vol absurde nonsens. De jongens aan boord kenden onze namen inmiddels al, we waren hevige fans. Maar fans met inhoud, met de nodige ironie en meer dan genoeg relativeringsvermogen.

Op de muziek van All My Loving van de Beatles maakten we een eigen Mi Amigo-strijdlied. We zongen het samen in, stuurden het op en het werd verdorie nog uitgezonden ook. Wat een gevoel om dat te horen op de middengolf!

Naar het Mi Amigo fanbal (het was toen al 1977, geloof ik) trokken we samen naartoe. We maakten er kennis met de deejays. Marc Jacobs gaf ons allebei een hand en zei: “Aha, jullie bestaan dus ècht!” We babbelden er lang met Herman de Graaf, die inmiddels ook een favoriet van mij geworden was. We vonden het er allebei zo fijn dat we de laatste trein misten. Pas ’s morgens vroeg namen we de eerste trein tot in Sint-Niklaas en daarna gingen we te voet van Sint-Niklaas station naar Hamme.

Toen ik in 1979 aan boord van de Magdalena mocht om voor Mi Amigo te gaan werken, was hij kei-jaloers maar ook enorm blij en trots. De nacht voor ik naar de Noordzee vertrok, bleven we wakker en zaten we te fantaseren over hoe het zou zijn. We spraken af dat ik Home on a Monday van hoe-heten-ze-ook-weer zou draaien zodra ik weer naar huis kwam.

Ook de gloriejaren van Maeva maakte hij van vrij dichtbij mee. Maar de blik die hij via mij kon werpen op de interne keuken en het gerommel achter de schermen, koelde zijn enthousiasme voor radio merkelijk af. Toch kwam hij nog een paar keer ’s nachts non-stop draaien en bandjes wisselen in de Witte Villa.

In de zomer van 2001 nam ik hem eens mee naar Zoersel waar ik toen de ochtend presenteerde met Diederik Vanderveken. Ik liet hem een paar dingen voorlezen op de radio. Het weerbericht, de programmering. En in de auto op weg naar huis kwamen we terecht in een lange lange file maar ik vond het niet eens erg. Hij ook niet. “Ik ben klaar voor alles,” zei hij.

14 november 2001. Ik werkte een paar maanden bij het fijne kabelbedrijf, ik zat midden in een training en mijn gsm trilde in mijn broekzak. Niet opnemen, vent. Gewoon negeren. Maar hoe geconcentreerd ik die gedachte ook naar mijn eigen verleden stuur, het haalt niks uit.

In een mensenleven zijn er dagen die hun bestaan niet waard zijn.
Dagen die elk jaar opnieuw -zonder mededogen- overgeslagen zouden dienen te worden.
Geef zo’n dag een sjot onder zijn kloten, en verban hem voor eeuwig van de kalender.

(Geplaatst op: 14 november 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Exclusieve beelden: P. Valain!

Zoals ik al eerder beloofde, alweer een fragmentje uit de DVD Een bom in de radio, gemaakt door Marc en mezelf in 1987, met een amateurcamera die we hadden gekregen van Denise en Achiel. Die twee deden overigens wel meer voor Maeva èn voor ons, daar moet ik ook eens een apart hoofdstuk aan wijden eigenlijk.

Sinds ik het vorige fragment hier geplaatst heb, krijg ik via reacties op dit weblog en via e-mail af en toe de vraag of de DVD niet te koop is. Op dit ogenblik nog niet, maar ’t is zeker niet uitgesloten. Morgen gaan Marc en ik vergaderen om een redelijke verkoopprijs vast te stellen en om de taken te verdelen. Bijvoorbeeld wie gaat de kopietjes maken en wie gaat de hoes ontwerpen en wie gaat de hoestekst schrijven en wie gaat ermee leuren op de markt in Hamme. Enfin, het wordt een saaie, zakelijke bespreking, je kent dat wel.

Het fragmentje in kwestie dus, laat ik het daar eens over hebben. We zaten toen in de Witte Villa en er waren genoeg momenten dat we ons verveelden dus toen we die camera kregen, was het feest. Plus niet te vergeten, het was 1983 en video was echt nog een wonder. We kregen namelijk ook nog een videorecorder van Denise en Achiel, dat vergat ik nog te zeggen. Zoals Arie van Loon het schreef op 13 maart 1983 in het Villa-dagboek: “Zaterdagmiddag : hoera hoera de video was er. Noël kwam hem brengen en een deejay speelt graag met elektronische apparaten. Echt leuke dingen kun je nu honderd keer bekijken, zoals Frankenstein die de kop van een schone dame er af trekt.

(hier even onderbreken om te melden dat de goede verstaander al lang doorheeft dat er wel nog uittreksels uit het Villa-dagboek zullen verschijnen op deze pagina’s)

’t Was toen ongeveer de tijd voor onze jaarlijkse aprilgrap en hoewel we in 1983 nooit meer het effect konden halen van de grap van het vorige jaar (toen we zogezegd op een schip op de Noordzee gingen zitten), amuseerden we ons kostelijk met de voorbereiding ervan. Maeva zou beginnen met Maeva TV en om het geheel een beetje aannemelijker te maken, liepen we met onze verse videocamera opvallend rond tijdens de programma’s en buiten op de parking voor de Villa en zo. We vonden dat zo plezant dat we er zelfs mee doorgingen nà de aprilgrap.
In het bewuste fragment zien we Marc in zijn rol van reporter die bvb. Patrick Valain volgt als die op bezoek komt in de Villa. Verder is ook Bert De Groef te zien tijdens de presentatie van de Top 50. Het ding duurt bijna drie minuten, dus het downloaden neemt wat meer tijd in beslag dan bij het vorige fragment, maar een mens moet er wat voor over hebben, of niet?

Of zoals ons moeder altijd zegt: Een kermis is een geseling waard.

(Geplaatst op: 12 november 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment

Frambosius uit Heusden

Noel D'HontGisteren ben ik eindelijk nog eens tot bij Noël geraakt. De satelliet-ontvanger die hij bijna twee jaar geleden bij mij kwam plaatsen, heeft al een paar maanden rare kuren, in die zin dat hij niet meer werkt. Dus gisteren heb ik dat bakske dan maar losgekoppeld en ben ik ermee richting Heusden gereden.

Noël D’Hont is stilaan een legendarische naam aan ’t worden in de radiowereld. Volgens mij kennen alle radiomakers op z’n minst zijn naam. Noël stond technisch mee aan de wieg van Maeva en hij was bij de luisteraars eigenlijk net zo bekend als de dj’s. Om de één of andere reden hadden we voor hem de intrigerende naamFrambosius bedacht en die naam zit er na al die jaren nog zo diep in dat ik gisteren tot mijn eigen verbazing mezelf Ah, Frambosius! hoorde zeggen toen ik binnentrad in zijn werkplaats.

De inbeslagnames en het voortdurend moeten leveren van nieuwe zenders mogen hem dan geen windeieren hebben gelegd, Frambosius was in elk geval iemand die met hart en ziel achter Maeva stond, en dit dag en nacht zoals dat in het liedje gaat. Zijn zenders waren zijn kinderen, en hij maakte ze zelf. De Maeva-zenders hadden soms zelfs een naam.Dikke Berta was er zo eentje.

Tijdens de woelige periode tussen Ukkel en de Witte Villa waren we op schok door Vlaanderen en zonden we uit vanop diverse locaties. Zo zonden we ooit tien dagen lang uit van bij Noël thuis. Marc en ik mochten daar al die tijd slapen ook, en we werden goed verzorgd door Rosette, mevrouw Frambosius eigenlijk. De studio stond tijdelijk opgesteld in zijn atelier annex garage, en in de hoge mast in zijn tuin hingen de dipolen waarmee we uitzonden. Die mast staat er nu nog altijd, hoewel ze een stuk hoger is, en er in 2004 nog veel meer inhangt dan alleen maar dipolen. ’t Is indrukwekkend als je onderaan staat. Ik heb uiteraard al heel wat masten meegemaakt sinds 1979 maar die mast van gisteren mag er toch best zijn, hoor. Toen ik zo naar boven keek, besefte ik dat ik waarschijnlijk nooit vanzeleven nog van mijn fascinatie voor masten en zenders en dat soort dingen af geraak. Dat een radiosignaal zich onzichtbaar kan voortplanten door dat mysterieuze ding dat ether heet, verwondert mij nog altijd mateloos. Draadloos internet en bluetooth: juist hetzelfde. Dat al die signalen zomaar in de lucht hangen, da’s toch een mirakel?

Ik herinner me dat ik Noël vaak eindeloos uitvroeg over hoe radiosignalen nu juist werken en waarom je die eigenlijk niet kan zien als dat toch trillingen zijn, net zoals licht ook trillingen zijn die je wèl kan zien. En het verschil tussen middengolf en FM en kortegolf en patati en patata, Noël probeerde het me geduldig duidelijk te maken. ’t Is altijd een fijne kerel geweest, die Frambosius.

Ik hoop dat ik mijn satelliet-bakske ook snel netjes gerepareerd terug thuis heb, want nu hangt die schotel in mijn tuin er zo zielig en nutteloos bij. Heilige Frambosius, patroon van de ether, doe uw best!

(Geplaatst op: 5 november 2004)

<span class="entry-utility-prep entry-utility-prep-cat-links">Posted in</span> Ben van Praag's Ex-Blog | Leave a comment